Ondernemers Markthal woest op eigenaar Klépierre vanwege muizen – Copy

Winkeliers in de Rotterdamse Markthal zijn woest op de Franse eigenaar Klépierre. De ondernemers klagen over ongedierte, instortende vloeren, hitte, tocht en stankoverlast door een overlopende riolering. Zij vinden dat Klépierre die problemen moet oplossen, maar het vastgoedbedrijf legt de verantwoordelijkheid deels bij de ondernemers.

Het conflict in de markthal duurt al jaren, maar voor de winkeliers is de maat nu vol. De ondernemersvereniging (MHOV) heeft vorige week alle gesprekken met Klèpierre opgeschort en crisismanager Theo Terdu in de arm genomen om een onafhankelijke onderzoekscommissie in te stellen. ‘De reden is dat het overleg met Klèpierre muurvast zit en dat de problemen zich blijven opstapelen’, schrijft de MHOV in een brief aan de ondernemers.

‘Intimidatie niet meer acceptabel’
‘Verder is de manier waarop ondernemers worden geïntimideerd door het centre management voor de MHOV niet meer acceptabel’, stelt de vereniging. ‘Het moet nu een keer klaar zijn.’ In een andere brief, eveneens in handen van het FD, roepen de ondernemers eigenaar Klèpierre op om mee te werken met de onderzoekscommissie.

‘De emoties zijn hoog opgelopen bij de ondernemers’, stelt Terdu. ‘Mensen hebben soms hun hele hebben en houden in hun zaak gestoken.’ Hij hoopt zowel met de huurders als met Klépierre te kunnen samenwerken ‘Dat is de beste basis voor een advies, dat hopelijk als uitgangspunt kan dienen voor een opbouwende dialoog en een gezamenlijk gedragen oplossing.’

Stank en muizen
Vooral de ongediertebestrijding is een urgent probleem in markthal, die al tijden kampt met een muizenplaag. Bij een grote controle begin dit jaar trof de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij negentien ondernemers ongedierte aan. Bij zeventien andere zaken was de hygiëne onder de maat. Eerder had de NVWA al met spoed een winkel gesloten wegens ongedierte.

De muizen eten niet alleen de kruimels en etensresten die her en der op de grond vallen, ze hebben naar verluidt ook delen van de isolatie onder de vloer weggeknaagd. Daardoor zijn vochtproblemen ontstaan en is de vloer van het opvallende gebouw aan de Rotterdamse Blaak op verschillende plekken ingezakt.

Ook met de riolering is volgens de ondernemers veel mis. Die is volgens hen niet berekend op vele horeca en zit regelmatig verstopt, waarschijnlijk omdat vetten niet voldoende worden afgevangen. De ondernemers klagen over stankoverlast.

Klèpierre is verbaasd dat de MHOV het rechtstreekse contact heeft opgeschort. ‘We zijn de afgelopen zes tot acht maanden op directieniveau in contact geweest met de ondernemersvereniging’, zegt een woordvoerder. Zij wil niet zeggen of de vastgoedonderneming mee zal werken aan het onderzoek van Terdu. ‘We geloven in direct contact met de winkeliers en de MHOV.’
Al jaren ruzie

De uitbaters van de kraampjes en restaurants in de Markthal ruziën al jaren met Klépierre over wie voor welke problemen en kosten verantwoordelijk is. Al verschillende keren moest de rechter er aan te pas komen.

Een van de zaken ging over de servicekosten. Huurders menen dat Klépierre hen met de belofte van lage servicekosten heeft binnengelokt, terwijl de Fransen al wisten dat die kosten onhoudbaar zouden zijn. Toen de ondernemers eenmaal hun zaken hadden opgestart, gingen de servicekosten omhoog. In die zaak heeft de rechter de huurders grotendeels gelijk gegeven.

In een andere procedure heeft de rechter de ondernemers grotendeels in het ongelijk gesteld. Zij betoogden dat Klépierre te veel afwijkt van het oorspronkelijke concept van de markthal. Er zouden veel aanbieders van verse waren komen, maar dat is niet gelukt. Verschillende verkopers zijn afgehaakt en hun plekken zijn vooral ingenomen door horeca. De rechter vond echter dat Klépierre voldoende zijn best had gedaan om vers-ondernemers te vinden.

De MHOV wilde voor dit artikel geen vragen beantwoorden.

Ruzie in de Kleinstesoepfabriek

Ruzie in de Kleinstesoepfabriek
Twist De Kleinstesoepfabriek in Leek maakt van botten getrokken biologische soepen. Hoogoplopende ruzie tussen de twee eigenaren bedreigde het voortbestaan.

Botten, groente, kruiden. Al sinds maandag staat de bouillon te trekken, nu is het vrijdag. „Dit is spectaculair.” Michel Jansen staat met beslagen brillenglazen naast de ketel runderbouillon. „We trekken dag en nacht door. Na twee, drie dagen begint de extractie, de smaak uit de botten en het merg gaat in die bouillon zitten.”

Zoals hier, bij Kleinstesoepfabriek in Leek, Groningen, gebeurt het in Nederland bijna nergens meer. Elders gebruiken ze een soort vleespasta, die aangelengd wordt met water. Hier is de bouillon bone broth – van botten getrokken.

„We draaien mooie soepjes, we draaien prachtige bouillons”, zegt Jansen. Het gaat lekker. Wéér lekker. Jansen komt koud uit een vechtscheiding met zijn nu ex- compagnon Willem Versteeg. Een bitter loopgravengevecht met twee verliezers, zoals ze allebei zeggen. Versteeg werd uiteindelijk uitgekocht.

Jansen, uit Bilthoven, 1963, was hulpkok, imker en biologisch marskramer voordat hij in de soep terechtkwam. Hij ging in zee met Versteeg, voedselfabrikant uit Brabant, die fabrieken en machines had. Versteeg kon de financial controls doen, de sales en de logistiek. Jansen heeft een persoonlijkheidstest gedaan. „Die saleskant heb ik niet”, zegt Jansen.

Achteraf was het een botsing tussen twee types ondernemer. Jansen, de soepprofessor, overal en altijd op zoek naar nieuwe smaken, nieuwe soepjes. En de ondernemer Versteeg. De scheidingspapieren zijn ondertussen getekend. Jansen heeft er veel van geleerd, zegt hij.

Ook Willem Versteeg heeft de periode achter zich gelaten. Hij is met diverse bedrijven actief in onder meer stamppotten, koffie en kokosmelkyoghurt. Het avontuur met Kleinstesoepfabriek in Groningen is voorbij. „Doodzonde”, zegt hij. „Ik maakte zijn soepen sinds 2010”, zegt Versteeg. „Ik heb de omzet in zes jaar tijd acht keer zo groot gemaakt. Wij bouwden aan iets leuks. Drie jaar geleden zei hij ineens niet met mij verder te willen. Een donderslag bij heldere hemel.”

Aanmodderen
Versteeg was voor de helft eigenaar van de Kleinste. Hij wilde meer dan soep alleen. Uitbreiden: kokosmelkyoghurt, kaasfondue. Hij verweefde de soepproductie met zijn Brabantse holding en een klein web van bv’s.

„Ik wilde omzet creëren”, zegt Versteeg. „Er moest professionaliteit in. Hij [Jansen] wilde de focus op soep houden. Het bleef aanmodderen.” Het is goeie soep, biologisch. Maar duur: 3,99 tot 5,29 euro per pot. „Bij de Aldi kost soep 1 euro.” Versteeg wilde een goedkoper merk erbij, in een zak. „Hij wilde er niets van weten. Daar liep het spaak.”

De fabriek in Leek is opvallend leeg. Grote ruimtes, een aantal ketels, personeel bij de vulmachine. Jansen wijst op verouderde productielijnen, tweede- of derdehands machines, gekocht door Versteeg. Ze konden nog jaren mee, zei hij. „Dat is Willems stijl: durf en branie.” Maar Jansen bedoelt: voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.

Versteeg werkte met tijdelijke contracten. Nu hebben de medewerkers een cao en pensioenopbouw. Jansen probeert het neutraal en feitelijk te vertellen. De scheidingsovereenkomst bepaalt dat beide partijen niets nadeligs over elkaar mogen zeggen, op straffe van een flinke boete.

Versteeg heeft na enkele gesprekken in overleg met zijn advocaat besloten af te zien van verder commentaar. Hij verwijst naar Theo Terdu, ‘conflictoloog’, gespecialiseerd in het oplossen van onoplosbare conflicten, die naast een curator een rol kreeg in het scheidingsproces. Het was een „faliekante deadlock”, zegt Terdu, waarin Versteeg op zeker moment het plan had om met een nieuw bedrijf, ‘Fijnste Soepfabriek’ geheten, zijn kwelgeest van de markt te drukken.

Soep is wat ons bindt
Er was nergens geld voor. De vorkheftruck was niet onderhouden, er was geen stapelaar. Jansen maakt pompoensoep van door een zorginstelling geteelde pompoenen. „Ik vind dat een bedrijf niet alleen maar commercieel moet zijn, maar ook sociaal en duurzaam. Willem wilde geen zonnepanelen op het dak.” Versteeg vindt de snert van Unox de lekkerste.

Ze hadden geen geld voor zonnepanelen, zegt Versteeg. Jansen wilde een crowdfundactie. Dat kun je niet van de mensen vragen, vond Versteeg. Het was niet het moment voor crowdfunding, en niet voor zonnepanelen.

Kleinstesoepfabriek maakt vanaf de oprichting in 2005 hooggewaardeerde soep. „De beste soepfabriek van Nederland is de kleinste en zo heet hij ook”, schreef culinair journalist Wouter Klootwijk. Aanvankelijk was de soep alleen bij biologische winkels te koop, later ook bij Jumbo en Albert Heijn. Jansen exporteert naar Zwitserland en Japan. Binnenkort volgt Duitsland, onder de merknaam Kleinstesuppenfabrik.

„De soep ligt overal”, zegt Versteeg. „Ik kan je één ding zeggen: dat komt door mij. Als het aan Michel lag, lagen we nog steeds alleen maar bij de biologische groothandel.”

De fabriek heeft 39 soepen in het assortiment, van Groningse mosterdsoep en tomatensoep à la Johannes van Dam tot Thaise tom kha en hete berglinzensoep uit Goa. Jansen at clam chowder met uitzicht op Alcatraz in San Francisco, shabu shabu bij een Chinees en duizendjarige Arabische soep. Soep is een mondiaal gegeven, zegt Jansen. Soep is wat ons bindt.

Het soepseizoen komt en gaat met regen en kou. Vanaf september, oktober. „Zo’n week heb je nodig”, zegt Jansen. „Boem! Dan springt die behoefte aan soep aan. Nattigheid, wind, de trui weer aan. Dan schieten mensen in de soepmodus.”

Sloten vervangen
In februari 2017 meldde Dagblad van het Noorden de breuk tussen de soepcompagnons, na „twee jaar van redetwisten”. Er bleken tal van pesterijtjes.

Versteeg wilde de productie naar Eindhoven halen. Hij stuurde een incasso- advocaat uit Veghel naar het noorden om beslag te leggen op machines. Dat mislukte. Een etiketteermachine ging juist van Brabant naar Leek. Dom, zegt Versteeg nu: „De fabriek daar is zo vochtig dat de etiketten scheef zakten.”

Jansen wilde Versteeg op een zonder hem belegde aandeelhoudersvergadering ontslaan, zegt Versteeg. Versteeg was niet aanwezig omdat die zijn post niet
ophaalde, zegt Jansen. Bij de Kamer van Koophandel heeft Versteeg moeten praten als Brugman om het schrappen van zijn naam ongedaan te maken.

Ze belden met elkaars klanten en relaties: doe geen zaken met Jansen/Versteeg, die kan er niks van/is niet te vertrouwen. Jansen liet de bedrijfstelefoon van Versteeg blokkeren. Op het dieptepunt, één van de dieptepunten, december 2017, stonden Versteeg en zijn zoon in Leek op de ramen te kloppen. Jansen had de sloten vervangen. Na tussenkomst van de politie gingen Versteeg en zijn zoon naar FC Groningen-PSV.

Henneppoeders voor senioren
Nu zijn Versteeg en Jansen eindelijk van elkaar af. Versteeg moet opnieuw beginnen, zegt hij. „Zorgen dat je weer aan de bak komt. We kunnen weer lekker ondernemen.” Hij heeft een nieuw bedrijf, Passion Food Trade, de bedrijven Blend- in en Kleinste Keuken zijn nog in de lucht. Versteeg maakt fonds, pesto, droge soepen, zeewier- en henneppoeders voor senioren en sportpannenkoeken, onder andere.

Jansen is weer vrij, zegt hij. Hij is met nieuwe, leuke dingen bezig. Coq au vin. Een project met garnalenvissers uit Zoutkamp, een ander met geklaarde boter, een geweldige smaakmaker. Nee, hij heeft geen ‘nieuwe Willem’, voor de harde kant van het zakenleven. „Dat doe ik zelf.”

Waar Jansen de stress te lijf ging met meditatie, deed Versteeg dat met een pot bier, zegt hij. Hij is weer vol in bedrijf. Knallen, doorgaan tot drie uur ’s nachts. Bestellingen, leveringen: zuivel, bouillon, soepen. „Ik ga door met soep.”

Zijn onlangs overleden vader gaf hem op zijn sterfbed een raad mee: „Laat de wrok achter je. Kijk liever naar de toekomst.”

KLEINSTESOEPFABRIEK

HALF MILJOEN POTTEN MET EEN PAAR MAN

1,4
miljoen euro bedroeg de omzet in 2017. Onder de streep stond er 266.000 euro

558.000
potten soep kwamen er dat jaar uit de fabriek in Leek (Groningen)

5,2
voltijdsbanen telt het bedrijf

Online vervoersbedrijf Tinker wankelt na schuld van 2,5 miljoen euro

Online vervoersbedrijf Tinker zit in de problemen. Op de site staat nu al geruime tijd dat door een technische fout het niet mogelijk is om een TinkerTransfer te boeken, ook telefonisch is dat de mededeling, maar achter de schermen is er meer aan de hand.

Zo zou er een flinke betalingsachterstand zijn. Een substantieel deel van de 600 participerende taxibedrijven zou niet betaald zijn, evenals het personeel.

Er is een crisismanager (Theo Terdu uit Capelle aan den IJssel ) aangesteld die een faillissement probeert af te wenden ondanks een schuld van 2,5 miljoen euro. Een onafhankelijke commissie gaat onderzoek doen naar de bedrijfsvoering van Tinker. De certificaathouders die Terdu hebben aangesteld hebben naar eigen zeggen signalen opgevangen van al dan niet opzettelijk wanbeleid, meldt Taxipro.nl.

Ook worden de toekomstperspectieven tegen het licht gehouden. Een reanimatie is beter dan een faillissement, zegt Terdu. Hij hoopt nog op een overbruggingskrediet van een investeerder.

Tinker werd in 2012 opgericht. Oprichter Rob van Strien legde destijds ook aan Emerce uit hoe de dienst werkte. ‘Een reisnetwerk waarbij je online je luchthavenvervoer per taxi kunt regelen. Hoe eerder je boekt, hoe efficiënter wij dit kunnen plannen en het kostenvoordeel geven wij terug aan de klant. Dit zorgt er voor dat we prijzen aan kunnen bieden die vaak vergelijkbaar zijn met die van eerste klas openbaar vervoer.”

Op dat moment wilde Tinker al uitbreiden naar Duitsland en België.

Het concept met luchthaventransfers zou hebben gewerkt, maar het ging mis toen men het model wilde toepassen op vliegreizen. Tinker zou dan de volledige reis organiseren, maar had daarvoor een IATA code nodig die maar niet werd afgegeven. Door het uitstel liepen de tekorten op. In 2016 heeft Tinker flink moeten investeren in computersystemen om met eigen tickets de hele reis te kunnen verzorgen.

In november stak voetbaltrainer Henk ten Cate nog 1 miljoen euro in Tinker. Ten Cate zou hebben aangestuurd op een faillissement omdat hij misleid zou zijn.

De commissie die alle plooien glad moet strijken, begint woensdag aan het interne onderzoek.

Appelboer met kiespijn

Piet van der Grift (59) zit op het terras achter zijn boerderij in Nieuwegein, omgeven door rijen appelbomen. „Ik betaal Deutsche Bank geen cent”, zegt de op één na grootste fruitteler van Nederland. Honderd hectare. Vijf miljoen kilo appels en peren per jaar. Hij voelt zich belazerd door de bank, die hem in 2011 nog met open armen had ontvangen.

Hij was klant bij Rabobank, maar stapte over naar Deutsche Bank. Ze waren erg blij met de fruitteler. De bank bood hem, zijn vrouw, zijn drie zoons en hun partners en zijn boekhouder een feestelijk diner aan om de overgang te vieren. Daarbij waren drie bankmedewerkers aanwezig. En zelfs de hoogste baas van het Utrechtse kantoor schoof nog even aan.

Maar toen hij eind dat jaar financiering vroeg om 7,5 hectare te kopen en zijn koelcellen voor fruit uit te breiden, kreeg hij nul op het rekest. En nog voor hij zich daar goed en wel boos over kon maken, volgde er een brief met de vraag of hij een andere bank wilde zoeken. Deutsche Bank ging zich richten op de echte grote klanten. Daar hoorde hij niet bij.

Ongeveer 18.000 klanten kregen dezelfde brief als fruitteler Van der Grift. De bank liet de klanten in de brief weten dat Deutsche Bank „niet langer de geschikte bank is om u de producten en diensten aan te bieden die u op dit moment afneemt”. Dat kwam omdat de bank besloten had de „focus aan te scherpen” en „de organisatie te stroomlijnen”. En dat terwijl die ruim 18.000 klanten nog maar net bij Deutsche Bank zaten.

Ze werden in het voorjaar 2010 klant bij Deutsche Bank Nederland toen de bank het bedrijfsonderdelen van ABN Amro overnam. ABN Amro moest het verplicht onderdelen verkopen van de Europese Commissie. Het was een voorwaarde die de EU verbond aan overname van ABN Amro door de Fortis, RBS en Santander. Anders zou de combinatie ABN Amro en Forits te groot worden op de Nederlandse markt. Zo kreeg Deutsche Bank Nederland er in één klap rond de 34.000 klanten bij.

Maar terwijl Deutsche Bank in 2010 nog een winnaar van de crisis leek en onderdelen van het noodlijdende ABN Amro kocht, bleek het in 2012 toch niet immuun voor de crisis. De resultaten vielen tegen, ook bij de nieuwe onderdelen. De bank leed sinds 2010 bijna 1 miljard euro verlies op die onderdelen en begon daarom met een flinke reorganisatie. Daaronder viel ook het afscheid van ruim 18.000 klanten die van ABN Amro waren gekomen.

Dat leverde voor veel klanten problemen op. Ze klaagden over de harde opstelling van Deutsche Bank. De bank was onbereikbaar volgens klanten en dacht niet mee met oplossingen. Een aantal klanten begonnen de Stichting meldpunt klachten Deutsche Bank.

Van der Grift stuurde na de brief zijn accountant op pad om een andere bank te vinden. ABN Amro bleek het gunstigst. Ze wilden Van der Grift graag als klant en financiering voor de uitbreiding was geen enkel probleem. Hij blij en Deutsche Bank blij, dacht Van der Grift. En dus stapte hij over. Maar nee. Deutsche Bank vroeg hem een boeterente te betalen van ruim drie ton, wegens het vervroegd aflossen van zijn bestaande leningen. Daar snapt hij niks van. „Zij sturen mij weg. Daar kan ík toch niks aan doen.”

Streekproducten
Schuin achter hem ligt zijn kleindochter in een kinderwagen te slapen. Zijn dochter en vrouw zijn samen aan het werk in de winkel met streekproducten naast de boerderij. Zijn drie zoons zijn even thuis, want het is nu te warm om water en voeding te spuiten. Twee wonen er met hun gezin in huizen op dit erf, de derde woont zeven kilometer verderop, op een perceel dat ze er een paar jaar geleden bij hebben gekocht.

Van der Grift: „Het bedrijf is zo groot geworden, speciaal voor de jongens. Anders had dat van mij niet gehoeven. Hoe groter, hoe meer personeel. En dat kost ook allemaal geld.” In het najaar heeft hij 125 man nodig om te plukken. Elstar, Jonagold, Coference.

Inmiddels is hij over naar ABN Amro, heeft hij uitgebreid en staan de koelcellen er. Maar de claim van Deutsche Bank hangt nog altijd boven zijn hoofd. Onderhandelen heeft niets geholpen. Deutsche Bank is een tijdrovende en kostbare juridische procedure tegen hem begonnen. Hij is inmiddels 70.000 euro aan advocaatkosten verder, want hij peinst er nog steeds niet over om ruim 3 ton euro aan zogeheten vergoedingsrente aan Deutsche Bank te betalen.

Gisteren troffen fruitteler Van der Grift en vertegenwoordigers van Deutsche Bank elkaar voor de rechter in Amsterdam in deze zogenoemde bodemprocedure. Deutsche Bank eist nog steeds de vergoedingsrente van ruim 3 ton euro.

Volgens de advocaat van Deutsche Bank is Van der Grift zelf opgestapt. Het klopt dat hij geen nieuwe financiering kreeg voor de aankoop van nieuwe percelen en het uitbreiden van zijn koelcellen. Deutsche Bank vond dat geen goed idee. Maar zolang zijn bestaande financieringen liepen, mocht hij klant blijven. Dat hij dus naar ABN Amro overstapte, was zijn eigen keus. En dus wil Deutsche Bank dat hij de vergoedingsrente betaalt.

De rechter vraagt hoe Van der Grift zich onder situatie voelt. De fruitteler heeft de hele ochtend nog niets gezegd en kijkt stug voor zich uit met zijn armen over elkaar. „Ik ben eerst met veel bombarie binnengehaald en nu zit ik voor het eerst van mijn leven in een rechtbank.” Tja, zegt de rechter met een glimlach, dat kunt u ook beter zo houden. „De helft gaat ontevreden naar huis.”

Bovendien, voert Van der Grift aan, wist Deutsche Bank al lang dat hij wilde uitbreiden, toen hij juichend werd binnengehaald, en dat hij dus een nieuwe financiering nodig had. Maar die hebben ze gewoon geweigerd vanwege de strategische heroriëntatie. Een vertegenwoordiger van de Deutsche Bank geeft toe dat hij wist van de plannen van Van der Grift.

Dan vraagt de rechter of de partijen op de gang nog willen onderhandelen. „Ik begrijp dat het voor u beiden principieel is. U denkt: ik ben er uitgesodemieterd en dan moet ik ook nog betalen. De bank denkt: als we nu een deal sluiten, staan er volgende week 18.000 klanten op stoep. Het is puur zakelijk. Maar als ik een oordeel uitspreek is het zwart wit.” De bank en de fruitteler geloven het wel. Geen onderhandelingen meer. Over twaalf weken doet de rechter uitspraak.

Een woordvoerder van Deutsche Bank laat na afloop weten dat met 97 procent van de 18.000 klanten die gedwongen moesten vertrekken de boel is opgelost. „We zijn nog met 400 klanten in onderhandeling. Waarschijnlijk komen we er met 200 niet uit. Die komen bij bijzonder beheer terecht.” Volgens de woordvoerder is de zaak-Van der Grift een uitzondering. „Hij hoefde niet weg zolang zijn kredieten liepen. Hij koos zelf voor een overstap naar ABN Amro.”

Maar volgens advocaat Marianne Adema van het klachtenmeldpunt zijn er nog genoeg klanten van Deutsche Bank met problemen, zoals Van der Grift. „Er zijn circa 4.000 klanten zoals hij met langlopende leningen. Als zij overstappen naar een andere bank zegt Deutsche Bank dat ze dat vrijwillig doen, omdat de financiering nog niet afgelopen is. Dan moeten ze contractueel een vergoedingsrente betalen. Maar Deutsche heeft aangegeven dat ze van die klanten af willen als de financiering verlopen is. Dan gaat een klant in de tussentijd natuurlijk op zoek naar een nieuwe bank, zeker als Deutsche niet bereid is verdere investeringen te financieren.”
Deutsche Bank Klanten eerst gewild, daarna gedumpt

Deutsche Bank nam in april 2010 verschillende onderdelen over van ABN Amro. ABN Amro moest die verkopen van de Europese Commissie, nadat het door Fortis was overgenomen in 2007. Anders zou Fortis te groot worden op de Nederlandse markt. In 2008 raakte Fortis in problemen en werd ABN Amro gered door de Nederlandse staat.

Voor 700 miljoen euro kreeg Deutsche Bank er in één klap vijftien kantoren, ruim 1.300 man personeel en rond de 34.000 klanten bij. Deutsche Bank liet na de overname weten dat „Nederland door de aankoop een belangrijke markt is geworden voor onze zakelijke activiteiten”. ABN Amro leed een boekverlies van bijna 800 miljoen euro door de gedwongen verkoop.

Deutsche Bank kwam door de economische crisis ook in de problemen en moest flink bezuinigen. De bank maakte in september 2012 bekend dat het ging reorganiseren om kosten te besparen.

In april 2013 kregen ruim 18.000 Nederlandse klanten van Deutsche Bank een brief. Strekking: ze moesten op zoek naar een nieuwe bank. Door de „strategische heroriëntatie” was Deutsche Bank niet langer geschikt voor hen. De meesten van deze klanten waren bij Deutsche terechtgekomen door de aankoop van delen van ABN Amro.

Deutsche Bank heeft weinig plezier van de overname gehad. Zij leverde sinds 2010 1 miljard euro verlies op.

De iPadschool van Maurice de Hond

Zembla onderzoekt de onderwijsmethode van Maurice de Hond.

Voorlopig geen bollen van IJsselsteinse oliebollenkoning

De IJsselsteinse bakkerij Aelbers, overgenomen door voormalig oliebollenkoning Jeroen Brokking, is failliet. Dat heeft de Utrechtse rechtbank vandaag onder meer op verzoek van het personeel bepaald.

Bij bakkerij Brokking, eveneens gevestigd in de IJsselsteinse Benschopperstraat, liggen de befaamde oliebollen als vanouds in de schappen. Met deze bakkerij heeft Jeroen Brokking, ondanks de naam, niets meer te maken. Dat geldt overigens ook voor Patrick Roelofs, waarmee Brokking sinds 2014 enkele jaren hoog scoorde in de AD Oliebollentest. Nu zwaait Max van der Zijden de scepter bij bakkerij Brokking. ,,In deze zaak worden als vanouds oliebollen verkocht”, verzekert Van der Zijden. ,,Het intellectueel eigendom berust bij Jeroen en Patrick, maar wij leveren nog altijd dezelfde oliebol, met dezelfde kwaliteit.”

Zijden draadje
Een goede score in de Oliebollentest is geen garantie voor zakelijk succes. Een maand geleden ging in Maarssen bakkerij Olink Failliet die in 2012 de AD-test won. Na het succes van Brokking bungelde het bedrijf anderhalf jaar geleden aan een zijden draad. Het bedrijf werd door investeerders uit surseance van betaling gered en ging met een beperkt aantal winkels verder. Roelofs nam afscheid en Jeroen Brokking kwam als manager in dienst.

Volgens bedrijfsadviseur Theo Terdu, die nauw bij de herstructurering betrokken was, heeft Brokking zonder instemming van de aandeelhouders de IJsselsteinse bakkerij Aelbers overgenomen. ,,Ik heb nog geprobeerd dat terug te draaien, maar dat bleek onmogelijk.” Brokking had de twee bakkers aan beide uiteinden van de Benschopperstraat graag samen willen hebben, zegt Van der Zijden.

De aankoop bleek een zakelijke kat in de zak. De schulden liepen volgens Terdu op. De verkoop van het filiaal aan het Makadocenter in Nieuwegein bracht maar tijdelijk soelaas. Eind oktober legde de belastingdienst beslag op de totale inventaris. De beoogde verkoop aan een Marokkaanse bakkersketen kon daardoor niet doorgaan. Terdu: ,,Jeroen heeft zich de schoenen kaal gelopen om een oplossing te vinden. Ik zeg: hij is een heel goede oliebollenbakker, maar geen goed ondernemer.”

Brokking zelf was niet bereikbaar voor een toelichting.

Ruzie in de Kleinstesoepfabriek

Ruzie in de Kleinstesoepfabriek
Twist De Kleinstesoepfabriek in Leek maakt van botten getrokken biologische soepen. Hoogoplopende ruzie tussen de twee eigenaren bedreigde het voortbestaan.

Botten, groente, kruiden. Al sinds maandag staat de bouillon te trekken, nu is het vrijdag. „Dit is spectaculair.” Michel Jansen staat met beslagen brillenglazen naast de ketel runderbouillon. „We trekken dag en nacht door. Na twee, drie dagen begint de extractie, de smaak uit de botten en het merg gaat in die bouillon zitten.”

Zoals hier, bij Kleinstesoepfabriek in Leek, Groningen, gebeurt het in Nederland bijna nergens meer. Elders gebruiken ze een soort vleespasta, die aangelengd wordt met water. Hier is de bouillon bone broth – van botten getrokken.

„We draaien mooie soepjes, we draaien prachtige bouillons”, zegt Jansen. Het gaat lekker. Wéér lekker. Jansen komt koud uit een vechtscheiding met zijn nu ex- compagnon Willem Versteeg. Een bitter loopgravengevecht met twee verliezers, zoals ze allebei zeggen. Versteeg werd uiteindelijk uitgekocht.

Jansen, uit Bilthoven, 1963, was hulpkok, imker en biologisch marskramer voordat hij in de soep terechtkwam. Hij ging in zee met Versteeg, voedselfabrikant uit Brabant, die fabrieken en machines had. Versteeg kon de financial controls doen, de sales en de logistiek. Jansen heeft een persoonlijkheidstest gedaan. „Die saleskant heb ik niet”, zegt Jansen.

Achteraf was het een botsing tussen twee types ondernemer. Jansen, de soepprofessor, overal en altijd op zoek naar nieuwe smaken, nieuwe soepjes. En de ondernemer Versteeg. De scheidingspapieren zijn ondertussen getekend. Jansen heeft er veel van geleerd, zegt hij.

Ook Willem Versteeg heeft de periode achter zich gelaten. Hij is met diverse bedrijven actief in onder meer stamppotten, koffie en kokosmelkyoghurt. Het avontuur met Kleinstesoepfabriek in Groningen is voorbij. „Doodzonde”, zegt hij. „Ik maakte zijn soepen sinds 2010”, zegt Versteeg. „Ik heb de omzet in zes jaar tijd acht keer zo groot gemaakt. Wij bouwden aan iets leuks. Drie jaar geleden zei hij ineens niet met mij verder te willen. Een donderslag bij heldere hemel.”

Aanmodderen
Versteeg was voor de helft eigenaar van de Kleinste. Hij wilde meer dan soep alleen. Uitbreiden: kokosmelkyoghurt, kaasfondue. Hij verweefde de soepproductie met zijn Brabantse holding en een klein web van bv’s.

„Ik wilde omzet creëren”, zegt Versteeg. „Er moest professionaliteit in. Hij [Jansen] wilde de focus op soep houden. Het bleef aanmodderen.” Het is goeie soep, biologisch. Maar duur: 3,99 tot 5,29 euro per pot. „Bij de Aldi kost soep 1 euro.” Versteeg wilde een goedkoper merk erbij, in een zak. „Hij wilde er niets van weten. Daar liep het spaak.”

De fabriek in Leek is opvallend leeg. Grote ruimtes, een aantal ketels, personeel bij de vulmachine. Jansen wijst op verouderde productielijnen, tweede- of derdehands machines, gekocht door Versteeg. Ze konden nog jaren mee, zei hij. „Dat is Willems stijl: durf en branie.” Maar Jansen bedoelt: voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.

Versteeg werkte met tijdelijke contracten. Nu hebben de medewerkers een cao en pensioenopbouw. Jansen probeert het neutraal en feitelijk te vertellen. De scheidingsovereenkomst bepaalt dat beide partijen niets nadeligs over elkaar mogen zeggen, op straffe van een flinke boete.

Versteeg heeft na enkele gesprekken in overleg met zijn advocaat besloten af te zien van verder commentaar. Hij verwijst naar Theo Terdu, ‘conflictoloog’, gespecialiseerd in het oplossen van onoplosbare conflicten, die naast een curator een rol kreeg in het scheidingsproces. Het was een „faliekante deadlock”, zegt Terdu, waarin Versteeg op zeker moment het plan had om met een nieuw bedrijf, ‘Fijnste Soepfabriek’ geheten, zijn kwelgeest van de markt te drukken.

Soep is wat ons bindt
Er was nergens geld voor. De vorkheftruck was niet onderhouden, er was geen stapelaar. Jansen maakt pompoensoep van door een zorginstelling geteelde pompoenen. „Ik vind dat een bedrijf niet alleen maar commercieel moet zijn, maar ook sociaal en duurzaam. Willem wilde geen zonnepanelen op het dak.” Versteeg vindt de snert van Unox de lekkerste.

Ze hadden geen geld voor zonnepanelen, zegt Versteeg. Jansen wilde een crowdfundactie. Dat kun je niet van de mensen vragen, vond Versteeg. Het was niet het moment voor crowdfunding, en niet voor zonnepanelen.

Kleinstesoepfabriek maakt vanaf de oprichting in 2005 hooggewaardeerde soep. „De beste soepfabriek van Nederland is de kleinste en zo heet hij ook”, schreef culinair journalist Wouter Klootwijk. Aanvankelijk was de soep alleen bij biologische winkels te koop, later ook bij Jumbo en Albert Heijn. Jansen exporteert naar Zwitserland en Japan. Binnenkort volgt Duitsland, onder de merknaam Kleinstesuppenfabrik.

„De soep ligt overal”, zegt Versteeg. „Ik kan je één ding zeggen: dat komt door mij. Als het aan Michel lag, lagen we nog steeds alleen maar bij de biologische groothandel.”

De fabriek heeft 39 soepen in het assortiment, van Groningse mosterdsoep en tomatensoep à la Johannes van Dam tot Thaise tom kha en hete berglinzensoep uit Goa. Jansen at clam chowder met uitzicht op Alcatraz in San Francisco, shabu shabu bij een Chinees en duizendjarige Arabische soep. Soep is een mondiaal gegeven, zegt Jansen. Soep is wat ons bindt.

Het soepseizoen komt en gaat met regen en kou. Vanaf september, oktober. „Zo’n week heb je nodig”, zegt Jansen. „Boem! Dan springt die behoefte aan soep aan. Nattigheid, wind, de trui weer aan. Dan schieten mensen in de soepmodus.”

Sloten vervangen
In februari 2017 meldde Dagblad van het Noorden de breuk tussen de soepcompagnons, na „twee jaar van redetwisten”. Er bleken tal van pesterijtjes.

Versteeg wilde de productie naar Eindhoven halen. Hij stuurde een incasso- advocaat uit Veghel naar het noorden om beslag te leggen op machines. Dat mislukte. Een etiketteermachine ging juist van Brabant naar Leek. Dom, zegt Versteeg nu: „De fabriek daar is zo vochtig dat de etiketten scheef zakten.”

Jansen wilde Versteeg op een zonder hem belegde aandeelhoudersvergadering ontslaan, zegt Versteeg. Versteeg was niet aanwezig omdat die zijn post niet
ophaalde, zegt Jansen. Bij de Kamer van Koophandel heeft Versteeg moeten praten als Brugman om het schrappen van zijn naam ongedaan te maken.

Ze belden met elkaars klanten en relaties: doe geen zaken met Jansen/Versteeg, die kan er niks van/is niet te vertrouwen. Jansen liet de bedrijfstelefoon van Versteeg blokkeren. Op het dieptepunt, één van de dieptepunten, december 2017, stonden Versteeg en zijn zoon in Leek op de ramen te kloppen. Jansen had de sloten vervangen. Na tussenkomst van de politie gingen Versteeg en zijn zoon naar FC Groningen-PSV.

Henneppoeders voor senioren
Nu zijn Versteeg en Jansen eindelijk van elkaar af. Versteeg moet opnieuw beginnen, zegt hij. „Zorgen dat je weer aan de bak komt. We kunnen weer lekker ondernemen.” Hij heeft een nieuw bedrijf, Passion Food Trade, de bedrijven Blend- in en Kleinste Keuken zijn nog in de lucht. Versteeg maakt fonds, pesto, droge soepen, zeewier- en henneppoeders voor senioren en sportpannenkoeken, onder andere.

Jansen is weer vrij, zegt hij. Hij is met nieuwe, leuke dingen bezig. Coq au vin. Een project met garnalenvissers uit Zoutkamp, een ander met geklaarde boter, een geweldige smaakmaker. Nee, hij heeft geen ‘nieuwe Willem’, voor de harde kant van het zakenleven. „Dat doe ik zelf.”

Waar Jansen de stress te lijf ging met meditatie, deed Versteeg dat met een pot bier, zegt hij. Hij is weer vol in bedrijf. Knallen, doorgaan tot drie uur ’s nachts. Bestellingen, leveringen: zuivel, bouillon, soepen. „Ik ga door met soep.”

Zijn onlangs overleden vader gaf hem op zijn sterfbed een raad mee: „Laat de wrok achter je. Kijk liever naar de toekomst.”

KLEINSTESOEPFABRIEK

HALF MILJOEN POTTEN MET EEN PAAR MAN

1,4
miljoen euro bedroeg de omzet in 2017. Onder de streep stond er 266.000 euro

558.000
potten soep kwamen er dat jaar uit de fabriek in Leek (Groningen)

5,2
voltijdsbanen telt het bedrijf

Ondernemers Markthal woest op eigenaar Klépierre vanwege muizen

Winkeliers in de Rotterdamse Markthal zijn woest op de Franse eigenaar Klépierre. De ondernemers klagen over ongedierte, instortende vloeren, hitte, tocht en stankoverlast door een overlopende riolering. Zij vinden dat Klépierre die problemen moet oplossen, maar het vastgoedbedrijf legt de verantwoordelijkheid deels bij de ondernemers.

Het conflict in de markthal duurt al jaren, maar voor de winkeliers is de maat nu vol. De ondernemersvereniging (MHOV) heeft vorige week alle gesprekken met Klèpierre opgeschort en crisismanager Theo Terdu in de arm genomen om een onafhankelijke onderzoekscommissie in te stellen. ‘De reden is dat het overleg met Klèpierre muurvast zit en dat de problemen zich blijven opstapelen’, schrijft de MHOV in een brief aan de ondernemers.

‘Intimidatie niet meer acceptabel’
‘Verder is de manier waarop ondernemers worden geïntimideerd door het centre management voor de MHOV niet meer acceptabel’, stelt de vereniging. ‘Het moet nu een keer klaar zijn.’ In een andere brief, eveneens in handen van het FD, roepen de ondernemers eigenaar Klèpierre op om mee te werken met de onderzoekscommissie.

‘De emoties zijn hoog opgelopen bij de ondernemers’, stelt Terdu. ‘Mensen hebben soms hun hele hebben en houden in hun zaak gestoken.’ Hij hoopt zowel met de huurders als met Klépierre te kunnen samenwerken ‘Dat is de beste basis voor een advies, dat hopelijk als uitgangspunt kan dienen voor een opbouwende dialoog en een gezamenlijk gedragen oplossing.’

Stank en muizen
Vooral de ongediertebestrijding is een urgent probleem in markthal, die al tijden kampt met een muizenplaag. Bij een grote controle begin dit jaar trof de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij negentien ondernemers ongedierte aan. Bij zeventien andere zaken was de hygiëne onder de maat. Eerder had de NVWA al met spoed een winkel gesloten wegens ongedierte.

De muizen eten niet alleen de kruimels en etensresten die her en der op de grond vallen, ze hebben naar verluidt ook delen van de isolatie onder de vloer weggeknaagd. Daardoor zijn vochtproblemen ontstaan en is de vloer van het opvallende gebouw aan de Rotterdamse Blaak op verschillende plekken ingezakt.

Ook met de riolering is volgens de ondernemers veel mis. Die is volgens hen niet berekend op vele horeca en zit regelmatig verstopt, waarschijnlijk omdat vetten niet voldoende worden afgevangen. De ondernemers klagen over stankoverlast.

Klèpierre is verbaasd dat de MHOV het rechtstreekse contact heeft opgeschort. ‘We zijn de afgelopen zes tot acht maanden op directieniveau in contact geweest met de ondernemersvereniging’, zegt een woordvoerder. Zij wil niet zeggen of de vastgoedonderneming mee zal werken aan het onderzoek van Terdu. ‘We geloven in direct contact met de winkeliers en de MHOV.’
Al jaren ruzie

De uitbaters van de kraampjes en restaurants in de Markthal ruziën al jaren met Klépierre over wie voor welke problemen en kosten verantwoordelijk is. Al verschillende keren moest de rechter er aan te pas komen.

Een van de zaken ging over de servicekosten. Huurders menen dat Klépierre hen met de belofte van lage servicekosten heeft binnengelokt, terwijl de Fransen al wisten dat die kosten onhoudbaar zouden zijn. Toen de ondernemers eenmaal hun zaken hadden opgestart, gingen de servicekosten omhoog. In die zaak heeft de rechter de huurders grotendeels gelijk gegeven.

In een andere procedure heeft de rechter de ondernemers grotendeels in het ongelijk gesteld. Zij betoogden dat Klépierre te veel afwijkt van het oorspronkelijke concept van de markthal. Er zouden veel aanbieders van verse waren komen, maar dat is niet gelukt. Verschillende verkopers zijn afgehaakt en hun plekken zijn vooral ingenomen door horeca. De rechter vond echter dat Klépierre voldoende zijn best had gedaan om vers-ondernemers te vinden.

De MHOV wilde voor dit artikel geen vragen beantwoorden.

Taartenwinkel.nl krijgt kwart miljoen schadevergoeding

Een bakker is veroordeeld tot het betalen van 250 duizend euro aan de eigenaar van Taartenwinkel.nl. Bakkerij Dam verkocht ook taarten aan concurrenten van Taartenwinkel, terwijl er sprake was van een exclusieve samenwerking.

De groothandel leverde onder meer online bestelde taarten aan Hoogvliet en Topgeschenken, dat de websites Toptaarten.nl en Taartbezorgen.nl exploiteert. Taartenwinkel.nl eiste een schadevergoeding van twee miljoen euro: een miljoen voor de leveringen aan de supermarktketen en een miljoen voor de leveringen aan zijn online concurrent.

De rechtbank oordeelt dat het leveren aan Hoogvliet geen schending van de overeenkomst is, omdat de supermarktketen niet door heel Nederland bezorgt aan consumenten en bedrijven. Verder zou een miljoen boete voor Bakkerij Dam ‘tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat’ leiden. Daarbij wijst de rechter erop dat alleen de levering van 1.400 taarten aan Topgeschenken concreet is vastgesteld, waarmee volgens Taartenwinkel.nl een omzet van 26.525 euro is behaald.

Voorlopig nog geen iPad-onderwijs op basisschool Lodijke in Bergen op Zoom

BERGEN OP ZOOM – Onderzoekscommissie bezorgd: landelijke organisaties rond 04NT zijn geen betrouwbare partner voor de school op de Bergse Plaat.

Brede school Lodijke op de Bergse Plaat ziet voorlopig af van volledige invoering van Onderwijs voor een Nieuwe Tijd (04NT), bij publiek bekend als iPad-onderwijs. Schooldirecteur Rinus Davidse spreekt van een ‘heroverweging’.

Aanleiding zijn de bevindingen van een onafhankelijke onderzoekscommissie die grote twijfels heeft over de financiële continuïteit van de landelijke organisaties die 04NT aanbieden.

Het onderwijsconcept, waarbij leerlingen op eigen niveau en in eigen tempo werken, zou na de zomervakantie van start gaan. Dat is tot nader orde uitgesteld. ,,Heel vervelend, maar we nemen geen enkel risico. Het imago van Lodijke moet goed blijven”, aldus Davidse.

Voorzitter Theo Terdu van de onderzoekscommissie bevestigt dat zondagmiddag aan de directie van Lodijke is geadviseerd om ‘zeer terughoudend’ te zijn met de invoering van 04NT.

De commissie van vijf ouders van Lodijke en een externe fiscalist maakt zich grote zorgen over de vermogenspositie van de landelijke organisaties van 04NT en hun aanjager Maurice de Hond. Als Lodijke in zee gaat met de landelijke stichting, moet er een meerjarig contract worden afgesloten. Dat is dan inclusief een ondersteunend ict-platform.

Maar als het financieel mis gaat, valt mogelijk ook het ict-platform weg. Met als gevolg dat de iPads op Lodijke op zwart gaan en de school helemaal onthand is. Dat laten we niet gebeuren”, meldt Davidse.

Terdu hamert er ook op dat (onderwijs)data over leerlingen altijd eigendom moeten blijven van de school.

Docenten en directie van Lodijke waren enthousiast geworden over 04NT omdat het maatwerk biedt voor iedere leerling. Met één blik op de iPad kunnen docenten de vorderingen van leerlingen volgen waardoor ze hun lestijd veel effectiever en efficiënter kunnen inzetten.

In twee Plusklassen (voor hoogbegaafde kinderen) op Lodijke, wordt al zo gewerkt. Dat blijft ook. Davidse benadrukt dat het idee achter 04NT niet ter discussie staat. ,,Als we de afspraken niet kunnen aanpassen, moeten we op zoek naar een andere betrouwbare partner.”

Terdu legt het rapport ter beoordeling voor aan Maurice de Hond zelf.

Eind deze week komt het vermoedelijk officieel naar buiten.